Diepteartikel: Het adagium van Rudy Rabbinge “de juiste landbouw op de juiste plaats”
Toekomst van landbouw in De Wolden: wat als bodem en water écht leidend worden? Diepteartikel met Rudy Rabbinge over “de juiste landbouw op de juiste plaats”
Wat is een diepteblog? In onze diepteblogs laten we zien hoe onze voorstellen uit het partijprogramma zijn onderbouwd, met inhoud en duidelijke bronverwijzingen. Het zijn langere long reads voor iedereen die wil weten welke keuzes we voor De Wolden willen maken als we daarvoor gekozen worden.
In De Wolden staan we voor een grote opgave: ruimte geven aan landbouw, natuur, water en wonen, binnen de grenzen van ons landschap. Emeritus hoogleraar voedselzekerheid én voorzitter van de PvdA Zuidwest Drenthe, Rudy Rabbinge, biedt daarvoor een helder kompas: “de juiste landbouw op de juiste plaats”.
In onze gemeente, met hogere zandgronden, beekdalen en kwetsbare veenweidegebieden, sluit zijn visie naadloos aan op de werkelijkheid buiten de keukentafel. Niet alles kan overal. Bodem en water moeten leidend zijn in de keuzes die we maken. In onderstaand diepteartikel schetst Rabbinge hoe dat eruit kan zien – en waarom dit perspectief boeren juist houvast en nieuwe kansen biedt.
In gemeente De Wolden, met zijn samenstelling van hogere zandgronden, beekdalen en kwetsbare veenweidegebieden, sluit de visie van Emeritus hoogleraar voedselzekerheid en voorzitter PvdA Zuidwest Drenthe Rudy Rabbinge — “de juiste landbouw op de juiste plaats” — direct aan op de ruimtelijke en ecologische realiteit. Zijn uitgangspunt dat landbouwsystemen moeten passen bij de natuurlijke potentie van de bodem betekent in de praktijk dat ruimtelijke keuzes moeten worden gemaakt, bodem en water sturend.
We kijken eerst naar de eigenschappen van het landschap – de bodem, het watersysteem en de nabijheid van kwetsbare natuur – en bepalen dán welke vorm van landbouw daar het beste past. Hoogproductieve landbouw vooral op de drogere en vruchtbaardere zandgronden. In de laaggelegen natte gebieden, beekdalen, zones rondom natuurgebieden, vraagt de toekomst echter om extensivering en andere verdienmodellen.
Door boeren te helpen en te stimuleren bij het maken van de juiste keuzes voor hun grond, werken we samen aan een gezonde bodem en schoon water, met behoud van een goede opbrengst. Zo helpen we de agrarische sector te verduurzamen en toekomstbestendige keuzes te maken, ook bij het ontwikkelen van aanvullende inkomstenbronnen, zoals agrarisch natuurbeheer, groenblauwe diensten kleinschalige verblijfsrecreatie, zorg, educatie, de directe verkoop van producten van eigen land of de teelt van gewassen voor biobased bouwen. Deze lijn — hulp bij transitie, nieuwe verdienkansen en minder afhankelijkheid van intensieve productie — is expliciet terug te zien in ons partijprogramma dat “boeren in onze gemeente moeten kunnen blijven, en dat steun noodzakelijk is om die omslag mogelijk te maken”. Dat het kan leren diverse voorbeelden zoals de LandInZicht van Urgenda: regeneratieve landbouw, waar elke grondgebonden boer in Nederland naar toe kan werken. Urgenda ondersteunt akkerbouwers en veehouders met € 1.000/ha (maximaal 30ha per bedrijf) en kennis en advies voor maximaal 10 jaar om de omslag te kunnen maken naar een natuurinclusieve, regeneratieve werkwijze 3.
De koers van GroenLinks‑PvdA De Wolden is Rabbinge’s principe te verbinden met de lokale opgaven waardoor een helder perspectief ontstaat: niet elk landschap hoeft of moet maximaal produceren. Sommige gebieden leveren méér maatschappelijke waarde op wanneer zij worden ingezet voor recreatie en toerisme, klimaatadaptatie, waterberging, biodiversiteit, natuurbeheer of extensieve, natuurinclusieve landbouw — en dat vraagt om nieuwe, passende verdienmodellen. Precies daarmee wordt in De Wolden gewerkt aan een landbouw die zowel ecologisch robuust als economisch houdbaar is.
Het Planbureau voor de Leefomgeving1 de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur2 constateren dat Nederland, om natuur-, water- en klimaatdoelen te halen, richting 2050 te maken krijgt met grootschalige veranderingen in landgebruik. In beide toekomstscenario’s die het PBL schetst, wordt een aanzienlijk deel van de landbouwgrond extensiever of krijgt een natuurgerichte bestemming, en wordt inzet van agrarisch natuurbeheer steeds belangrijker. De PBL verkenning benadrukt dat de omgang met landbouwgrond fundamenteel moet veranderen om doelen haalbaar en maatschappelijk acceptabel te maken. Rli adviseert onderscheid te maken tussen productielandbouw en maatschappelijke landbouw (waarbij die laatste expliciet maatschappelijke diensten levert zoals natuur, water, klimaat en landschap).
Voor De Wolden betekent dit dat Rabbinge’s principe niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk wordt in het licht van nationale transities. Hoogproductieve landbouw hoort thuis op de zandgronden waar dit ecologisch logisch en economisch haalbaar is. In de veenweide‑ en beekdalzones ontstaat juist een toekomst op basis van nieuwe verdienmodellen, zoals vergoedingen voor extensivering, waterpeilbeheer, koolstofvastlegging, biodiversiteitsbeheer en recreatieve of landschappelijke diensten. Deze richting sluit aan bij landelijke regelingen voor veenweide‑extensivering en gebiedssamenwerking, die De Wolden kunnen helpen om boeren een stabiel en meerjarig perspectief te bieden.
Samen tonen de inzichten van PBL en Rli dat De Wolden gebaat is bij een gebiedsgerichte aanpak waarin landbouw en landschap hand in hand gaan. Door grond slimmer in te zetten, functies per gebied te differentiëren en maatschappelijke diensten eerlijk te vergoeden, ontstaat een coherent toekomstperspectief dat lokaal past bij het landschap én nationaal aansluit op de noodzakelijke transities. In die zin vormt De Wolden een voorbeeld van hoe Rabbinge’s visie richtinggevend kan zijn voor een duurzame, toekomstbestendige inrichting van het landelijk gebied.
Achtergrond
1. Rudy Rabbinge is voorzitter van de PvdA Zuidwest Drenthe en emeritus‑hoogleraar die internationaal bekendstaat om zijn scherpe, wetenschappelijk onderbouwde kijk op voedselproductie en duurzaamheid. Centraal in zijn werk staat de gedachte dat landbouw gebiedsspecifiek moet zijn: “de juiste landbouw op de juiste plaats.”
Volgens Rabbinge heeft elke grondsoort en elk landschap zijn eigen productiepotentie én ecologische grenzen. In plaats van overal dezelfde intensiteit of teeltvorm na te streven, pleit hij voor een functionele zonering:
- Hoogproductieve gronden moeten efficiënt benut worden voor maximale voedselproductie, ondersteund door moderne technologie en precisielandbouw.
- Kwetsbare of minder vruchtbare gebieden zijn juist beter geschikt voor extensieve landbouw, natuurbeheer, waterberging of andere maatschappelijke functies.
Zijn visie draait niet om terugschakelen, maar om optimaliseren: meer produceren waar het kan, minder druk zetten waar het moet. Daarmee ziet Rabbinge landbouw niet als probleem, maar als een instrument om zowel voedselzekerheid als duurzaamheid te dienen.
Deze denkwijze biedt een helder kompas voor overheden en boeren die zoeken naar een toekomstbestendig landbouwsysteem dat economische haalbaarheid koppelt aan ecologische verantwoordelijkheid.
2. Waarom voor ‘de juiste landbouw op de juiste plaats’ bodem en water sturend zijn
Veel van de huidige problemen in het landelijk gebied—zoals slechte waterkwaliteit, verdroging, stikstofbelasting, biodiversiteitsverlies en klimaatdruk—hangen samen met de landbouw. De basiskwaliteit van de natuur is in minder dan 10% van het landelijk gebied op orde, de waterkwaliteit is in 90% van het oppervlaktewater onvoldoende.
De ecologische grenzen zijn bereikt en een nieuwe ruimtelijke ordening is nodig die veel strikter rekening houdt met bodem- en watercondities.
Voor De Wolden betekent dit dat functies afgestemd worden op bodem- en watersystemen. Het gebied kent zowel hogere zandgronden, beekdalen als veenrijke zones. Elk van deze ondergronden heeft een eigen draagkracht en ecologische gevoeligheid. Door functies toe te kennen aan bodems die er het meest geschikt voor zijn, kan De Wolden bijdragen aan zowel landbouwkundige, ecologische, als maatschappelijke doelen.
3. Toekomstrichting: scheiding van functies op basis van milieudruk en bodemgeschiktheid
De huidige landbouw is primair gericht op voedselproductie, voor een belangrijk deel voor internationale markten. Daarnaast speelt de huidige landbouw ook een rol in het beheer van natuur en landschap. Vanwege de verstoorde balans tussen landbouw en natuur is tussen deze twee functies van de landbouw een nieuw evenwicht nodig. PBL (2025) verkende twee toekomstscenario’s voor dit evenwicht.
Scenario 1: Intensief-technologische oplossingen en ruimtelijke optimalisatie. De nadruk ligt hierbij op een geoptimaliseerde, maar ook strikte, ruimtelijke ordening waarbij wordt ingezet op hoogproductieve landbouw en uitbreiding, herstel en beheer van natuurgebieden waar de ecologische kansen het grootst zijn.
Scenario 2: Natuurinclusieve oplossingen. De nadruk ligt hierbij op natuurinclusieve vormen van landbouw. Die gaan gepaard met extensivering van landbouwproductie en het verweven van landbouw met natuur.
Mede op basis daarvan tekent zich een toekomstbeeld af waarin de landbouw zich langs twee sporen ontwikkelt. Een productiegerichte landbouw die vooral met intensief-technologische oplossingen binnen (aanzienlijk stengere dan de huidige) milieugrenzen opereert. En een meer maatschappelijke, natuurinclusieve en extensieve landbouw. Deze levert een veel breder palet aan maatschappelijke diensten, door combinaties van voedselproductie met natuur (zoals het reguleren van bodem-, lucht- en waterkwaliteit, waterzuivering), recreatie en toerisme (gekoppeld aan landschapskwaliteit).
Om het landelijk gebied vitaal te houden zijn keuzes nodig over de (versterking van de) economische structuur, de aanwezigheid van en toegang tot voorzieningen en de ondersteuning van gemeenschappen. De toekomst van de landbouw bepaalt mede de sociaal-economische vitaliteit van het platteland. In gebieden waar intensieve voedselproductie domineert, zal de vitaliteit veel meer een losstaande opgave zijn. In gebieden waar extensieve voedselproductie centraal staat, kunnen deze opgaven worden gecombineerd. Nieuwe verdienmodellen voor landbouwbedrijven, zoals ecosysteemdiensten, streekproducten, zorgboerderijen en agrotoerisme, bieden daar kansen toe. Deze vormen van landbouw zijn arbeidsintensiever en ook makkelijker te mengen met andere activiteiten in het landelijk gebied.
A. Productielandbouwgebieden
Dit zijn gebieden met de beste landbouwgronden, waar intensieve voedselproductie mogelijk is binnen aangescherpte milieugrenzen. Rudy Rabbinge, emeritus hoogleraar aan Wageningen University & Research en internationaal erkend agronoom. De visie van Rabbinge is te vatten in drie kernprincipes: productie-ecologische efficiëntie, landbouw op de juiste plek, en de cruciale rol van wetenschap en technologie in het oplossen van zowel ecologische als voedselgerelateerde uitdagingen.
Rabbinge ontwikkelde zijn denken binnen de productie-ecologie, die onderzoekt hoe opbrengsten verhoogd kunnen worden mét minimale inzet van middelen zoals kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Deze benadering richt zich op het benutten van de biologische zelfregulerende vermogens van teeltsystemen—bijvoorbeeld door middel van veredeling, geïntegreerde bestrijding en agronomische maatregelen zoals vruchtwisseling.
Een van de meest uitgesproken onderdelen van Rabbinge’s visie is zijn pleidooi voor ruimtelijke ordening op basis van geschiktheid: landbouw moet worden geconcentreerd op de gronden die daarvoor van nature het meest geschikt zijn. Terwijl marginale gronden beter ingezet kunnen worden voor natuur, waterberging of andere functies. Deze gedachte vormt de kern van zijn visie op “de juiste landbouw op de juiste plek”.
B. Maatschappelijke landbouwgebieden
Dit zijn gebieden waar de agrarische functie onder druk staat vanwege ecologische grenzen—bijvoorbeeld door nabijheid natuurgebied, hoge stikstofdruk, verdroging, slechte waterkwaliteit, of bodemtypen die extensivering vragen. Hier ontstaat ruimte voor aanvullende inkomsten uit agrarisch natuur- en landschapsbeheer, of verbreding van het bedrijfsmodel naar andere markten, zoals streekproducten, toerisme, recreatie of zorg (PBL, 2025).
In deze zones is een mix van functies mogelijk: kleinschalige voedselproductie, natuurbeheer, landschapselementen, welzijnsfuncties en recreatie. Deze gebieden zijn cruciaal voor meerdere maatschappelijke doelen, zoals biodiversiteit, klimaatadaptatie en een aantrekkelijke leefomgeving.
4. Toepassing op De Wolden: drie zones gebaseerd op bodem en water
Om die differentiatie in ruimtelijke zin te maken in De Wolden worden drie landschapszones onderscheiden, elk met specifieke functies op basis van bodemgeschiktheid.
Zone 1: Hoogwaardige landbouwgronden (productielandbouw)
Hoogproductieve landbouw moet plaatsvinden op gronden die dat van nature toelaten. Voor De Wolden gaat het hierbij vooral om de vruchtbare gronden met goede natuurlijke waterhuishouding.
Functies in deze zone:
- intensieve landbouw binnen strengere milieugrenzen
- toepassing van precisielandbouw en technische innovaties
Zone 2: Overgangsgebieden (ecosysteembufferzones)
De overgangsgebieden zijn van nature minder geschikt voor landbouw, veelal van nature met hoge grondwaterspiegel. Daarnaast zijn voor een goede natuurontwikkeling, bufferzones nodig rondom beschermde natuurgebieden.
Extensivering is noodzakelijk in zones rond natuurgebieden en in de beekstroomdalen. Natuurvriendelijke overgangszones zijn cruciaal om de effecten van landbouw op natuur te beperken; immissie van bestrijdingsmiddelen, meststoffen, verdroging. In de beekstroomdalen wordt tevens de oorspronkelijke hydrologische situatie hersteld.
In De Wolden betreffen het de beekdalen met waterbergingsopgaven, gebieden met verdrogingsgevoelige natuur, zones rond Natura 2000-gebieden.
Functies:
- Agrarisch natuurbeheer, extensieve landbouw, natuurinclusieve teelt, herstel van landschapselementen, waterberging.
Voor De Wolden betekent dit dat toerisme—dat sterk leunt op landschap, rust en groen—precies in deze zones versterkt kan worden, zonder de kern van de landbouw te belasten.
Zone 3: Natuur
In gemeente De Wolden ligt een netwerk van bestaande natuurgebieden, nieuwe natuur en agrarische gebieden met belangrijke natuurwaarden, die samen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vormen. Dit netwerk omvat ook Natura 2000‑gebieden en wordt aangevuld met verbindingszones die natuurgebieden met elkaar verbinden om soorten meer leefruimte en migratiemogelijkheden te bieden. GroenLinks-PvdA De Wolden zet zich in ontbrekende verbindingen tot stand te brengen.
5. Omgevingsvisie en Omgevingsplan
De ontwikkeling naar gebieden voor productielandbouw en maatschappelijke landbouw zal in de eerste plaats in de omgevingsvisies voor de betreffende gebieden een plek moeten krijgen. Vervolgens zal ze in omgevingsplannen moeten worden vastgelegd. Om de gewenste ontwikkeling weer te geven, is in omgevingsplannen een meer gedifferentieerde legenda voor agrarische grond nodig. Waar in het verleden alle landbouwgrond onder één standaard functiecategorie viel (agrarische grond), biedt de Omgevingswet gemeenten nu de mogelijkheid om daarvoor verschillende functiecategorieën te gebruiken.
6. Nieuwe verdienmodellen voor boeren in veranderende bodem- en landgebruiksfuncties
In deze transitie—van traditionele landbouw naar een gebiedsgerichte inrichting waarin bodem en water sturend zijn—betekent niet alleen een ruimtelijke verandering, maar ook een economische. De huidige landbouwkundige verdienmodellen zijn niet langer houdbaar zijn vanwege ecologische en hydrologische grenzen. In deze transformatie moet voedselproductie worden verweven met maatschappelijke diensten zoals natuurbeheer, recreatie, zorg en lokale economieën.
Deze transformatie vraagt om nieuwe verdienmodellen voor boeren, afgestemd op de bodemgeschiktheid en de rol die een gebied in de toekomst krijgt. Hieronder volgt een visie op hoe deze verdienmodellen in De Wolden kunnen worden ontwikkeld.
6.1 Verdienmodellen in productielandbouwgebieden
Sterke gronden voor sterke landbouw
In de zones waar de bodem geschikt is voor productieve landbouw, blijven boeren primair voedselproducenten. Maar ook hier ontstaan nieuwe economische kansen doordat strengere milieugrenzen zullen gelden. Boeren kunnen zich onderscheiden via:
- 1. Precisielandbouw en emissiearme productieVoedselproductie binnen aangescherpte milieunormen, in combinatie met technologisch hoogwaardige productiemethoden, blijft rendabel. Technische oplossingen in productielandbouwgebieden zijn nog steeds een krachtig instrument.
- 2. Contractproductie voor duurzame voedselketensIn productielandbouwgebieden kunnen boeren gaan werken met duurzaamheidscontracten zoals biologische keurmerken, kringloopcertificering of regionale kwaliteitslabels.
8.2 Verdienmodellen in overgangsgebieden
Bufferzones waar bodem en water herstellen
Overgangszones zijn gebieden waar landbouw moet extensiveren, waterpeilen worden verhoogd en natuurlijke elementen zoals houtwallen worden hersteld. Deze zones vormen de sleutel tot het behalen van doelen voor waterkwaliteit, natuur en klimaat.
Hier verschuift het verdienmodel van productie alleen naar een mix van activiteiten:
Agrarisch natuur- en landschapsbeheer waar vergoedingen voor beheer van kruidenrijke graslanden, aanleg en onderhoud van houtwallen, heggen, poelen en beheercontracten voor natte natuur, beken en kwelzones.
In overgangszones is lage-intensiteitsteelt mogelijk, zoals kruidenrijk grasland, agroforestry, of kleinschalige akkerbouw. Door verkoop van nicheproducten (honing, kruiden, vlees van extensieve systemen) en markttoegang via streekproducten en korte ketens, kan deze vorm van landbouw rendabel worden gemaakt.
Tevens bieden natuurinclusieve landschappen meer ruimte voor recreatie en groene beleving; boerencampings, wandel- en fietsroutes op eigen land, voedselboswandelingen, landwinkels, kleine horecavoorzieningen (koffie, streekproducten).
Daarnaast zijn zorgboerderijen kansrijk als nieuw verdienmodel. Extensieve landbouw is arbeidsintensiever en kan beter worden gecombineerd met zorgtaken; dagbesteding, therapieprogramma’s, onderwijsprojecten, jeugd- en re-integratietrajecten.
Wanneer boeren de ruimte krijgen om dit te doen—en daar een passend verdienmodel bij ontwikkelen—blijft de agrarische cultuur in De Wolden behouden én versterkt.
Bronnen en onderbouwing
Bron 1
PBL (2025), Landbouw- en Natuurverkenning: Zoeken naar een nieuwe balans tussen landbouw en natuur in 2050. Publicatiepagina; PDF.
Bron 2
Rli (2026), Grond voor duurzame keuzes in het landelijk gebied. Publicatiepagina; Rapport.
Bron 3
Urgenda (2025), LandInZicht: Grond voor een vruchtbaar gesprek. Programmapagina; Leidraad (PDF).
De koers van GroenLinks‑PvdA De Wolden sluit direct aan bij Rabbinge’s adagium. In ons partijprogramma hebben we dit vertaald naar concrete keuzes:
- Ecologie als gids: de juiste landbouw op de juiste plek. We maken de draagkracht van bodem en water leidend en leggen dit vast in het Omgevingsplan.
- De boer als landschapsbeheerder. Boeren krijgen een eerlijke vergoeding voor kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers en het beheer van landschapselementen.
- Ruimte voor nieuwe verdienmodellen. Van kleinschalige verblijfsrecreatie tot zorg, educatie, directe verkoop en teelt voor biobased bouwen.
- Gezonde bodem en schoon water. Door de juiste gewassen op de juiste grond te telen en slim met mineralen om te gaan, verminderen we de druk op natuur en omgeving.
Zo wordt “de juiste landbouw op de juiste plaats” geen abstract begrip, maar een praktische route voor boeren én inwoners van De Wolden.
In ons volledige programma werken we dit verder uit, met één duidelijke inzet: boeren moeten in onze gemeente kunnen blijven, en de gemeente helpt actief bij de omslag naar een toekomstbestendige, natuurinclusieve landbouw.
Samen met onze boeren, inwoners en partners bouwen we zo aan een De Wolden waar landbouw, landschap en leefbaarheid elkaar versterken.
👉 Het volledige partijprogramma van GroenLinks‑PvdA De Wolden is hier vinden.